Wae gebroek dees wrd nag?

Ich heb in de loup der jaore gemerk det d'r hiel vul wrd door de jeugdige generasie neet mier gebroek waere. De invloed van de Nederlandse taal is hiel grot gewaore. De gesjlaote gemeinsjap die Belvend in de jaore 50 waas, is nw aopener gewaore. Minse van bete-aaf zien heej mier kmme wone. Door de studies sjpraeke vul jeugdige Belvender de ganse daag Nederlands. De invloed van radio en tv meuge weej ouch neet vergaete. Zoe zulle d'r nag waal mier factore geneumd knne waere. Euver eine gas jaor waere den ouch hielvul wrd neet mier in de dagelikse sjpraok gebroek.  Zoedoonde bn ich begs met ut verzamele van "aaj wrd" en etdrukkinge.

 

 

 

Aafloekse

op een slimme (slinkse) manier iets van iemand krijgen

Aansjpenner

beginneling, pas met een zaak beginnen

Aevel

evenwel

Aevevul                   

onverschillig, evenveel, vuraevevuls, ut is mich m ut aeve

Alik

heel, niet stuk

Allewiels

nu, tegenwoordig

Alzelaeve

altijd

Aomere

houtskool

Aomeresjteufke

voetstoof

ortelik

behoorlijk

Aos

noest in hout

Appelekits

het klokhuis van een appel

Appelemoos appelmoes
Appelesien sinaasappel

Baagere                   

niet tot rust komen, de ganse nach ligke te baagere

Babbelaer

snoepje, det hingk mich d'n babbelaer et (ik ben het spuugzat, ik heb er genoeg van)

Baeterkoup              

goedkoper

Bald

bijna, gauw

Banzele

doelloos rondlopen

Bke

huilen

Batraaf

deugniet

Battere

lawaai maken

Begaoving

een beroerte, krampachtige spiertrekkingen, de stuipen

Bemmelke een klein stukje

Brm

stapel hout, hooi, eine sjansebrm

Berme

het vakkundig opstapelen van hout, hooi of stro

Berves

op blote voeten, op bervesse veut laope

Besjeete

bedrogen, zich besjeete veule

Besjite (zich)

zich aanstellen, dw ms dich neet zoe besjite

Besjaot

nootmuskaat

Bezj

begrip, besef, iets doen znger bezj

Beziejes

naast, opzij van

Bezjwieges              

afgezien van

Bis

bui, ein raegenbis

Bingel

elastieken band om de (lange) kousen op te houden

Bluts

bult op hoofd

Bch

nest, bed, slechte kwaliteit

Bodding

pudding, men zei ook wel budding

Boebbele-boebjes

smoesjes

Bssele

iets, ondanks alle krachtinspanningen, niet kunnen verplaatsen

Bmmezin sterke katoenen stof voor arbeiderskleding, ein bmmezine hemp (Ned. bombazijn, Fra. bombasin)
Bratstaofel tafel waarop het ruwere werk werd gedaan  (o.a. inmaak, uitbenen)

Bret

opstaande afneembare schotten van kruiwagens, karren en wagens

Brillesjei

brillendoos of etui

Brddele

prutsen, knoeiwerk maken

Broezer              uitmonding van een riool in de Maas ook de kal genoemd

Brske

dopje van de bierfles, een kleine broche

Daagheurder

dagloner

Dalik dadelijk, aanstonds

Daoroppers

die kant uit

Dazele

trillend op de benen staan, duizelig zijn, "ich veul mich hiel dazelig"

Dejvel

kwajongen, duivel

Denneknoep

dennenappel

Dk          

vaker, meermalen

Dks                          

wellicht

Doorein genaome gemiddeld genomen
Doorsjlaag vergiet

Dppe         

aarden pot, schotel of schaal, domoor

Drek                          

onkruid

Drekswage               

vuilniswagen

Duiles

een sul, iemand die gek doet

Duilesechtig

uitgelaten, niet serieus

Dumpel deuk

rf

de bovenste laag grond van de akker of tuin, teelaarde

Ergerwasie              

ergernis

Faeler                       

fout

Fakke                        

te ruim zitten, die sjon fakke mich

Fegkele                    

het eerste onzekere dribbelen van een kleuter

Fekke                        

rondrennen zonder bedoeling, oma Beesel zei: Lik tog neet zo door t hes te fekke.

Ferfroemfaaid

gekreukeld, die was is hielemaol ferfroemfaaid, ein ferfroemfaaid gezich."

Fimele                     

liefkozen van een volwassene met een klein kind

Fiemelke                   

een klein beetje, stukje

Fiempe

het "fluiten" van de wind om je oren, (stiekem) roken

Fiespele                   

fluisteren

Fiespernlle            

onhandig werken, vaak onduidelijk wat er gebeurt

Fiesternlle             

zie fiespernlle

Fiette 

snel weglopen, vluchten, dr eine laote fiette (windje laten)

Fledder

weke ontlasting van de koe, hae is aan de fledder (diarree)

Fddelekrimer      

lompenkoopman

Gaaplaepel   

iemand die uit nieuwsgierigheid de mensen goed bekijkt.

Gaeje

wieden

Galdere overdreven, luidruchtig zingen (bijvoorbeeld onder de douche)

Gl                          

peettante, ook wel gletant

Gardesjas, garresjas jachtopziener, boswachter, toezichthouder van een grootgrondbezitter

Gas                           

een klein aantal, ne gas minse

Gelp  

vlot groeiend, mals, weelderige vormen (vrouw)

Gengig

soepel, gengig loupe

Gerdeneer               

tuinder

Gesjeid                     

de (vage) grens tussen twee percelen, vaak aangeduid met een steen

Gesjluns                   

onbruikbare ingewanden van geslacht vee

Gevaers        

paard met mooi rijtuig, alle vervoermiddelen van een vrachtondernemer, groot voertuig (landbouw)

Gezjwieges              

laat staan dat, om niet te spreken van

Gezoks

narigheid, personen waar men liever niet mee omgaat

Gif                  

gaaf

Gillif   

meeldauw

Granke blijven zeuren om iets, bijvoorbeeld eten of snoep, te krijgen

Groos                        

grasveldje (bleike op de groos)

Grumel                     

helemaal niets, kruimel, gnne grumel

Hame (zich)              

het goed met elkaar kunnen vinden

Heej-obbaan

hier naar toe

Heejroppers

hier naar toe

Helpe bretels

Hts

hitte

Hies ein hieske vur in de ertesoep, varkenshiel
Hmmele donderen (onweer)
Hmmelsjoor onweersbui

Houwmouw              

in een oogwenk, heel snel

Huije (zich)               

zich haasten

Huuske de wc, " ich mt pisse, wao is 't huuske?"

Inkel                          

alleen maar

Joetse                      

steeds van huis zijn, op de joets zien

Kaaljekker         iemand die zich rijker voordoet, dan hij werkelijk is, opschepper

Kadee           

flinke en forsgebouwde vent, dae vis det waas eine kadee

Kaer                          

pit, bijv. znnekaere

Kaere                        

vegen met een bezem

Kake schreeuwen

Kl                             

praat, kletspraat, onzin

Kal                             

waterafvoer, uitmonding van een riool in de Maas

Kalle  

praten, redeneren

Kallebas                  

boodschappentas

Kallebeske               

handtasje

Kattemieskes          

wilgenkatjes

Kattenaat katoen, eine kattenate sjollik

Keduuk                     

zich rustig houden, zich er niet mee bemoeien, zich keduuk haje

Keitse           

hl hard lopen of fietsen

Kemeelie                  

smoesjes, gn kemeelie make

Keps                        

geen geld meer hebben, bij een spel geen inzet meer hebben

Kerresjop                

schuur voor karren

Kerwaans                 

raar, ongewoon

Kevief                      

vlug van begrip zijn

Kiebbig                    

bijdehand, snel iets begrijpen, 'n kiebbig kingk

Kive                        

iemand een standje geven

Kieve                        

berisping geven

Kits                            

restant van een appel of peer bij het afknagen, het klokhuis

Kladje achterste, "op zien kladje valle"

Kladze

pak slaag,  hae kreeg duchtig kladze; restanten van drank of etenswaar, drink of aet die klads maar efkes op

Klm(p)                    

maar net, amper, nauwelijks

Klamp

sluithaak aan de deur

Klasjeneere 

gezellig en breedvoerig praten

Kleef                         

met gras begroeide helling, helling langs de weg, talud

Kleijazie kleding

Klengere      

gezellig babbelen

Kliembims

alles, d'n hiele kliembims is nao hes

Klidze daar heb je niets meer aan, het is naar de kloten,  det is ram nw de klidze

Klimpe                      

het luiden van de kleinste klok voor het begin van de H. Mis

Kloester       

hangslot

Klppelkessoep      

pak slaag

Kloprieske   

garde, vroeger gemaakt van geschilde twijgjes (zeepsop)

Knaeje     

kneden, met veel tegenwind fietsen

Knammel  

stukje vlees van mindere kwaliteit

Knoevele                  

knuffelen, km ens heej det ich dich lekker knoevel

Knors                     

kraakbeen

Knootere                  

zonder oorzaak of aanleiding mopperen

Knrf                         

lomp iemand, boerenkinkel

Knozel                      

kleine mug

Knure                hard werken, zwoegen

Knuur                        

ruwe sterke kerel

Knuurke

draagbaar keteltje met hengsel voor het warme middageten op het werk, ook  in dubbele uitvoering, n voor de soep en de andere voor de aardappelen en de groente

Koedeljach

een hele groep, bijvoorbeeld een gezin of familie

Koes  

varken

Kotehaup               

berg afvalstenen

Kls   

knikker

Kotje                         

gevangenis

Krallentoer               

snoer met kralen

Krangs                      

omgekeerd, keerzijde, binnenstebuiten, verkeerd omgedraaid                  

Krek                          

precies als, det kingk is krek zien vader

Krempel                    

boeltje, rommel

Krempelik                 

krap, net genoeg

Krenkelik                  

ziekelijk

Kretse

de tuin- of akkergrond met een kromgebogen riek (ein krets) losmaken

Kri                           

krap, nauwelijks toereikend

Krimmenilig "ich waer d'r krimmenilig van", het werkt me op de zenuwen

Krddel                 

misvormd, niet volgroeid knolgewas

Krutelik vervelend, lastig "ein krutelik wrk"
Kukelemuuske doon koprollen
Kwaele (zich)   ergens zwaar over inzitten, ook zich ergeren, zich dr aan kwaele

Lectries                    

elektriciteit

Lezend                   

lijnzaad

Lezesmael             

lijnmeel, veevoeder

Lezespap               

pap van lijnmeel tegen ontstekingen, zweren

Leps                          

smakeloos, flauw, onbehaaglijk

Lives-good

linnengoed

Litse

glijden, "euver de vloer litse"

Loupsjans                

huisvrouw die weinig in het huishouden doet

Lumpe              het onregelmatig rekken van stoffen (bijv. bij een gebreide trui)
Luuster ein luuster hemp, hemd gemaakt van zwarte half wollen dunne stof

Maelpletske 

droog koekje

Mankasie    

gebrek aan iets

Manskael                  

volwassen man

Manzjester               

ribfluweel (werkbroek), ein manzjester bks

Mt-persant             

iets in het voorbijgaan doen, tegelijkertijd

Mttegang                

tegelijkertijd

Millesien                   

medicijn(en)

Moerkse                   

onnodig lichamelijk werk doen

Mgke-sjet             

kleinigheid, iets wat niets voorstelt

Momer          

voogd

Momers sjtlle        

een of meer voogden benoemen

Moor

waterketel met tuit, mannetjes konijn

Naober                   

buurman

Naovenant naar gelang, in verhouding

Nitje                       

netje, ein haornitje

Noebbele

knuffelen

Noetje een kusje
Nuisdook omslagdoek

Olms

doen en laten zijn niet meer van deze tijd

mp                          

oneven

naeve                     

onaardig, det sjteit dich neet naeve

ngerhangk             

ondertussen

Ongesiefer schadelijke insecten (o.a. muggen)

zel                          

ellende, armzalige toestand, koude

Ozelaer                     

iemand met veel ellende, iemand met een groeiachterstand

Ozelig         

armoedig, ellendig, kil, regenachtig koud

Pave slaan, veel roken

Peerik                    

regenworm

Perk                          

streep, lijn

Petaazie gekookt middageten (soep) Fra. potage

Petattekutske        

aardappelmandje

Pi(e)nteneuker

veel negatieve aan- en opmerkingen hebben over onbenullige zaken, vervelend secuur zijn

Pindraod                   

prikkeldraad

Pink                          

inhoudsmaat van 0,2 l (jenever)

Pintje                        

gemailleerde drinkbeker

Pinvol                      

hartstikke vol

Pletske koekje
Poejakke zwaar werk doen

Poesaerd      

potgrond

Pmpesjtin            

spoelbak

Pngel          

waardeloos kledingstuk

Pngele        

spelenderwijs sjouwen met een kind, huisdier of pop

Poter

weg, det is poter

Praos                        

rookstoel, leuningstoel

Preugel pak slaag, emus aafpreugele

Prie                           

een lelijke vrouw, lijf , ein dieke prie

Prikke                       

vangen, eine bl prikke

Puntelik  op tijd, netjes omgaan met, zeej is puntelik op eur kleier

Raenger                   

regen

Ram                          

helemaal

Rof, rofke             

korst op een wond

Reloozie                   

horloge

Reppele        

zich haasten

Roepzak                   

iemand die ruw met zijn kleding omgaat, rugzak

Roetsbaan    

glijbaan

Rngsm                  

rondom, aan alle kanten

Rnkpatere              

doelloos heen en weer lopen

Rlse                        

speels buitelen, o.a. in de stru-sjp

Rumpke                    

vest van een herenpak

Ruzing                     

ruzie

Sangerdaags         

de andere, de volgende dag

Sjafte

na werkzaamheden een pauze nemen

Sjampkaart                     

schimpprentbriefkaart

Sjmke 

spottend verhaaltje,

Sjangewaeg             

noodgedwongen

Sjangigmake

verspillen, d'n tid neet sjangig aan make

Sjarminkel                

aftands dier, niet fris uitziend persoon

Sjebbig                     

haveloos, sjebbige kleier, wat ein sjebbig waer (guur, nat, onaangenaam)

Sjebrak                   

slecht onderhouden, versleten, n sjebrak van n hes

Sjerre

met een bijv. lepel de laatste eetbare restjes uit een pan of pot halen, kerbet sjerre

Sjeuteling

jong varken, kind dat in de puberteit begint te groeien

Sjevak                     

gammel en versleten, buitenmodel hoed, n sjevak van ne hood

Sjithes                  

wc, bang iemand

Sjink                          

ham

Sjinketmpke          

hampunt

Sjlaagmessig           

regelmatig, ook sjlaagmaessig

Sjliddere                   

glijden op ijs

Sjlieteng minder prettig gevoel aan de tanden na het eten van een bijv. zure appel

Sjlk                          

snoep

Sjlup                          

schoot, km ens efkes beej mich op de sjlup zitte, um te fiemele"

Sjmetwaegs           

n steenworp, niet al te ver weg

Sjnammel

een klein onbeduidend stukje (vlees), helemaal versleten kleding, de sjnammels hange 'm naeven ut lif

Sjnats                        

diepe snee (wond)

Sjnelluiper               

autoped

Snieje                       

 

zich de haor laote sjnieje, de haren laten knippen,

zich sjnieje, het valt verkeerd voor je uit, emand sjnieje

Sjnutte                      

iemand onverwachts vastgrijpen

Sjoebbe                    

iemand een berisping geven

Sjoegkele                 

schudden

Sjollik schort

Sjm                       

de akker ligt braak, ut langk ligk sjm

Sjoor                         

een zware regen- of onweersbui

Sjrge met een kruiwagen (sjrker) rijden
Sjrger woonwagenvolk, zigeuner

Sjttelsplak              

vaatdoek

Sjttelwater             

vuil afwaswater

Sjoow bang, "hae is nag neet sjoow vur t'r duvel" (hij is voor niemand bang)
Sjoowesjieter bangerik

Sjpeik

spaak van een wiel

Sjpinke  

lucifer

Sjperris asperges

Sjpinnejaeger         

ragebol

Sjpitsers

dennennaalden

Sjpoje                       

zich haasten

Sjraap

schraal (van de huid), o.a. schuren van de gebreide onderbroek

Sjrieves        

brief, correspondentie

Sjret                        

kalkoen, vinnig vrouwspersoon

Sjtale                      

lijken op,  dae sjtaalt op zien vader

Sjtan(g)ketsel           

hekwerk o.a. van balkon

Sjtieffele                   

snel lopen

Sjtiepe stutten

Sjtkkere                 

verstellen van kleding

Sjtoof, sjteufke        

kolenkachel

Sjtraevele               

redetwisten, vaak met een vooropgezette bedoeling

Sjtrietse                   

wegpakken, stelen

Sjtrb                        

een deugniet

Sjtrbbant                 

kwajongen, deugniet

Sjtrpke het lusje van een jas

Sjtute

vol lof over iemand of iets spreken

Sjtuk

broekspijpen

Sjwerdes      

door de week, op werkdagen

Soppe                                   

iemand met zwemmen kopje onder duwen, het dopen van een koekje in de koffie

Staatsie                    

station

Tts 

beu, er genoeg van hebben

Tapre                      

onrustige lopen

Taperechtig 

zenuwachtig, lik neet zo te tapere

Tieske         

zelfgebreide pannenlap

Tispel                       

rommelig, van alles wat, wat eine tispel

Toemel                     

drukte, problemen

Toesje             ruilen

Toe-sjpeld                

veiligheidsspeld

Tet

claxon, toeter die aangeeft dat een bepaalde tijdsspanne, bijv. een pauze voorbij is

Tmp 

hoek, einde

Toter          

modder

Tsse

lekker op de bank in de kamer hangen en niks doen

Trt

koperen blaasinstrument, de dieke treut (de bas)

Trte

het bespelen van een blaasinstrument, veel alcohol drinken

Trico

pull-over

Trint (n trint)                    

bijna

Um

bejaard iemand, dw bs net 'nen ajen um met die kleijer aan (niet van deze tijd)

beej d'n um krepe, bij de kachel gaan zitten

Vaam                         

draad garen, eine vaam gaare

Vaeme

een draad garen door een naald rijgen, knse mich die naold efkes vaeme?

Vassjnalle (zich) 

vastmaken met een riem

Vazel                         

slecht, armoedig, ein vazel zunke

Veranneweere         

vernielen

Verdlds                   

erg (om iets te versterken), verdlds sjterk

Verkneukele zich rges aan verkneukele, zichtbaar ergens van genieten
Vermoeke      zich bewegen, verroeren
Vermuibele afranselen, flink eten, maar ook vernielen, s kat haet ut ganse banksjtel vermuibeld

Verneuke 

bedriegen, ook dae haet mich geties

Verreppele      zich verroeren

Verroch                     

ontwricht, verzwikt, ich heb mich ein sjpier verroch

Verroepzakke          

door verkeerd gebruik iets onherstelbaar verknoeien

Verruzele verwelken van planten en bloemen, De bloome in de vaas zien gans verruzelt"

Versjangeleere       

door diverse oorzaken iets verknoeien (zonder opzet)

Versjliebbere                      

iets uit blijven stellen

Versjpres                  

opzettelijk

Vime

iemand van woede slaan, d'r emes eine gas vime

Vlaegel                      

deugniet

Vlk                          

levendig, bijdehand

Vreigele                   

discussie uitlokken

Vruugjaor                 

voorjaar

Wabbe

iemand om de oren slaan, mak desse wgkumps of ich wab dich d'r eine gas

Wabbes

onnozele hals, flapdrol

Waegesjieter strontje, ontsteking aan het oog

Waemeske               

vest van een herenpak

Watse

iemand om de oren slaan

Wen                           

wanneer, als

Widman

weduwnaar

Widvrou

weduwe

Wiejer                       

verder

Wie "wie weej nag jnk ware" , toen we nog jong waren, " hae is net zoe aad wie ich", "wie aad?", hoe oud?

Wies

tot

Wisvrouw               

vroedvrouw

Wiks                          

schoensmeer

Wikse                        

schoenen poetsen

Wings scheef

Zakkendster          

pikdonker

Zeumere

op een pas gemaaide graanakker de losse aren verzamelen, de nog bruikbare dingen eruit halen

Ziebele                     

aanhoudend zacht regenen

Zjneere (zich)                

zich schamen

Zjwaap              

pakslaag

Zjwaegele                

kletspraat verkopen

Zjwaegelke                         

lucifer

Zjweel            

eelt, lui, det is eine zjwele

Zjweitser

knecht bij een koeienboer

Zjwens

pak slaag

Zeke  

zuigen, skkerpaekwater zeke

Zobes

persoon waar weinig in zit

Zepniekkel

drankverslaafde

Zmmedein              

direct, onmiddellijk

Zouwelwaer              

koud en druilerig regenweer

Zuiele

treuzelen

Zumpe                       

huilen

Zumpmoel                

iemand die huilt om aandacht te krijgen

Zwartje                      

dropje

 

 

etdrukkinge

 

idder sjtik heej ziene eige naod

zich niet aan de afspraken houden, het op je eigen manier doen

 

 

hae ken al eine gas daag neet aafgaon

hij kan al een paar dagen niet poepen

 

 

wet oet d'n aek dreije

iets voor mekaar krijgen, iets klaarspelen

 

 

geej doot maar aan

jullie zoeken het zelf maar uit

 

is d'r nag nits det hs duit?

zijn er nog nieuwtjes die belangrijk zijn om te weten?

 

 

as de boek neet sjpringt en de geit neet blief sjtaon, den is ut gedaon

als er bepaalde zaken niet gebeuren, is het voorbij, is het gedaan

 

dae is zoe vrek wie sjtraotendrek

die is heel brutaal

 

dae haet geleje wie Christus aan ut kruuts

die persoon heeft veel pijn of verdriet gehad, heeft moeten afzien

 

zeej haet knin in

dit wordt gezegd van personen van het vrouwelijke geslacht met vetkwabben op de schouderbladen

 

noow gaon ich mich ens lekker etbeke

na het eten uitrusten op de bank

 

eine mins znger hood is krek wie ein hes znger daak

zich kleden zoals het hoort

 

asse nao de kinger wils gaon, msse dich de jas aan knne don

je kunt beter niet al te dicht bij je kinderen wonen

 

......al geit (ut) kuupke d'm baom et

ondanks alles, zal dat nooit zo gebeuren

 

ot de bos loupe

wordt tegen iemand boven de vijftig gezegd, langzaam ouder worden (ich bn bienao aan de rangk van ut bos) (oma Iedje)

 

 

as ut dich te dun is, den pakse ut dich maar dbbel in de mngk

dat wordt tegen iemand gezegd die zeurt dat de koffie te slap is (oma Iedje)

 

 

ich krig heej niks as eine sjaele petat

den pakse d'r dich maar eine met ouge

wanneer iemand een opmerking over het karige eten maakt, krijgt hij dit als antwoord (oma Iedje)

 

 

van alteraasie neet mir weite wat te doon

zo zenuwachtig zijn, dat je niet meer weet hoe te handelen(oma Marie Beesel)

 

dn aevevul is 'm aan ut lif

alles laat hem koud

 

ech waer m aezelkes te maake

dit wordt gezegd wanneer het mistig is. De kleur heb je al, je hoeft alleen nog maar de lijntjes te tekenen.

 

wae 't bd verkp, ligk mit de vot in t sjtru

de gevolgen van ondoordacht handelen ondergaan

 

de centen zien raar

er zijn maar weinig centen

 

de duvels hebbe krmis

een mals regenbuitje, terwijl de zon schijnt.

 

de duvel sjiet altid op de grtste houp

wie rijk is, krijgt er altijd nog geld bij, iemand die het al goed gaat, wordt er meestal nog beter van.

 

dae kn haver pikke ot ein sjpaakan (smalle jeneverkruik)

wordt gezegd tegen iemand met een smal, spits gezicht

 

de ker is opgekiep

miskraam

 

prnt getroffe, zei de jng en goejde zien mooder eine klmp in t oug.

det is prnt tegooj

terecht, precies zoals het moet zijn.

 

wat ein laeg kiskenade

wanneer de kinderen aan het stoeien zijn en er iets stuk kan gaan.

 

hae makde mich get vul kieskenades

te veel noten op zn zang hebben; maakte te veel complementen, smoesjes.

 

morge ligke de mus dod vur de kas

dan is het geld op.

Na een aantal dagen feestvieren, komt er toch een keer n einde aan. Bijvoorbeeld met vastelaovend zou men dan kunnen zeggen: dinsdaag is t de letste daag en woensdaag ligke de mus dod vur de kas.

 

ich ken neet op eine kaaije aanrech kaoke

dit wordt gezegd wanneer iemand zeurt dat het eten te warm wordt opgediend.

 

kinger, gangk uch bete maar etraoze

wanneer de kinderen binnen druk bezig waren, kregen ze het verzoek om even buiten uit te razen

 

kinger, versjtot uch; vader is zaat  en hae ligk met de vot in ut sjtaokesgaat

wanneer kinderen met onenigheid spelen

uitdrukking van oma Iedje

 

 

dw ms dich neet zo besjite

je moet je niet zo aanstellen

 

det zien bleutjes van kinger

met die kinderen heb je medelijden

 

dae kreegse flink gemaete

hij kreeg een flink pak slaag.

 

op de daagheur gaon

vroeger was het heel gebruikelijk dat mensen rond hun zestigste levensjaar stopten met werken. Ze hadden dan meestal een paar kinderen aan ut verdeens en door er dan wat bij te klussen, konden ze financieel rondkomen. Als ze dan ergens een karweitje op gingen knappen, bijv. t omspitten van tuinen, bij een boer uithelpen, de tuinen van de baetere onderhouden, enz. dan sprak men van: Dae geit op de daagheur. Die persoon ging dan als dagloner ergens werken.

 

dae krieg ziene melis noeits vol

hij eet heel veel, zeker als 't gratis is

 

det maedje krieg vluuje op de sjtert

dat meisje begint de jongens interessant te vinden

 

hadde weej maar de hnderddoezend te verdeile, den hadde weej allebei kleingeld

het is wel eens fijn om iets extras uit te geven

 

baove aerd sjtaon

nog begraven moeten worden.

 

dun van laer, diek van sjmaer

dat is een vlaai met een dunne deegbodem, maar wel met een dikke laag vruchten of rijst.

 

Op dees manier wurd de aanbeejer van ut gebak hiel positief benaderd. Maar volges s mam wurd ut meistal angers bedoeld. In daen tid det de minse zellef thes de vlaaje bakte, kwaam ut in mennig gezin veur det de vlaajebaom behuurlik diek waas en det dr maar weinig sjpis op zot. En waas det letste et krinterigheid gedaon, den woort sjpottend gezag: diek van laer, dun van sjmaer.

 

hae is van mienen don,

hij is ongeveer net zo oud als ik

 

hae is et zienen don,

hij voelt zich niet op zijn gemak, hij is lusteloos

 

emes van zienen don kn zich det niet permitteere,

in die functie of hoedanigheid kan hij zich dat niet veroorloven

 

hae is van mien lichting,

hij is ongeveer net zo oud als ik

 

dw geis dadelik nag van de graot aaf

wordt gezegd wanneer iemand er niet al te florissant uitziet en zichtbaar is afgevallen.

 

sjeif juffert good

een beetje onnauwkeurigheid mag wel.

 

zich neet veur Nol laote gebroke

iets niet willen doen waar een ander voordeel van heeft.

 

t gesjnik van de minse

de nieuwsgierigheid van de mensen, t toekijken, gapen

 

laot dich maar ens n houte paerd kakke

dat kan dus helemaal niet.

 

dae zichzelf bewaard, bewaard gen douf noot

wanneer men zich goed kleedt tegen de kou, krijgt men daar geen spijt van. (Douf noot, dove noot, noot zonder kern)

 

ich dingk det die bald gaon trouwe, den die zien al aan t bchte

zorgen voor de uitzet.

 

dw higs wie ein sjpurriekoe

buiten adem zijn door een flinke inspanning.

Spurrie is een voedergewas, dat als cultuurgewas in de Nederlandse landbouw vrijwel is verdwenen. Het gras heeft de eigenschap om zelfs bij een zeer arme voedigstoestand van de grond in korte tijd een volwassen plant te leveren. Koeien kregen ook vaker dit voer met weinig voedingswaarde. Ze aten zich helemaal vol (de pens stif gevraete) en hadden dan nog maar weinig puf.

 

de sjtrnt don beej t hert hebbe

zich snel aangesproken, beledigd voelen

 

ein voes hoger asn vrke

klein zijn.

 

hae is ram van de sok

hij is volkomen uitgeput.

 

van de graot valle

heel mager worden of zijn

 

zich gepaerdskeuteld veule

in de maling genomen worden, voor de gek gehouden worden

 

 

wat bn ich tog ein gaaptrien

zegt Oma Anneke wanneer zij een aantal keren achter elkaar moet gapen.

 

de was is erg traog

de was is erg vochtig, klam.

 

saoves op de lch en sjmorges in dn bch

laat uitgaan en s morgens niet uit bed kunnen komen.

 

met ein zeeve zldersgezich kike

ontevreden kijken.

 

wie dikker de vot, wie grtter de bks

alles navenant, alles naar verhouding

 

't is 'm neet vur de vot gesjrg, hae krieg 't neet vur de vot gesjrg (meerdere variaties)

hij zal er iets voor moeten doen

 

tomsnaas  

Ein Beeselse naas.

Deze toch wel unieke uitdrukking komt van moederskant. De opa van Mam droeg de naam Tom (Thomas) Peeters. Hij had een behoorlijke grote, dikke neus. Iemand met een flinke voorgevel werd dan ook bij Mam thuis vergeleken met de neus van opa Tom en zo iemand had dan een tomsnaas.

 

hae haet ne kop wie n vaatsmang

hij heeft een zeer slecht geheugen

 

eine zndaag znger sjon hemp

dat zijn die dagen in de week die als zondag gevierd worden.

 

ein sndigslik sjeld de waek neet kwit

Wanneer iemand op een zondag sterft, zal in die week nog wel iemand (vaak uit eigen kring) doodgaan.

 

op de sjmach loupe

klaplopen, op de beurs van anderen teren.

 

 

wie kaler, wie rejaler

zich rijker voordoen dan je in werkelijkheid bent (kaaljekker).

 

 

det geit et wie ein Paoskers

heel langzaam komt het tot een einde.

 

 

lache wie eine kermishngk

hartelijk lachen (een uitdrukking van s mam).

 

 

hae is van de sjp gesjprnge

hij is aan de dood ontsnapt, hij is weer helemaal opgeknapt.

 

 

taegen daen tied sjmit geej met mien knk de nut aaf

het relativeren van toekomstplannen van jongeren

 

 

neet zoevul water drinke; det is good vur de aende

dit zei oma Beesel tegen haar kinderen wanneer die te veel water aan de pomp dronken

 

 

ich zit, zei de kat en lag zich op ein ziej sjpek

eindelijk eens kunnen rusten na lang bezig te zijn geweest (oma Marie Beesel)

 

wat sjteis dw dao tog te hipe

koukleumen, aan de houding kunnen zien dat iemand het koud heeft, hipe van de kaaj

 

vrouweheng en paerdsteng meuge nots sjtilsjtaon

veel werk hebben, altijd bezig zijn, geen tijd om te rusten

 

ich mt pisse wie ein Bels kingermaedje

dringend naar de WC moeten

 

ich ks dich waal m de ore watse

dit wordt tegen iemand gezegd die een opdracht helemaal verkeerd uitvoert

 

ich bn det muug wie kaaj pap

ik heb er meer dan genoeg van

 

get euver d'n tangk krige

iets te eten krijgen

 

op iddere hook en tmp

overal, hae is op alle heuk en tump te vinge

 

den zjwaere mich de teng neet mier

dat zal ik niet meer meemaken

 

 

 

 

 

 

Bistename

 

aegts of aekts

hagedis

aengers

ekster

aoliebiesje

onze lieve heersbeestje

aomezeik 

mier

avel 

vis (karperachtige)

berf 

barbeel, karperachtige vis met vier dikke voeldraden aan de bovenlip

bi-jjentietske

kleine mees

blauwmark(koef) 

vlaamse gaai

briesem 

brasem, baarsachtige riviervis met lange aarsvin

dlke 

kauw(tje)

eiketske

eekhoorn

daes

daas, steekvlieg

fiks

hond

gt-offeseer

huismus

garepaap  

libel

hoephap

hop, zangvogel met een kuif

hn

kip

huijwage

hooiwagen

llik 

bunzing

kaorrakker

huismus

keviep 

kwikstaart

koes 

varken

kroenekrane

kraanvogels

kwak

pasgeboren vogel

kwekvors

kikker

liester

lijster

maelder of maerel

merel

mispel

wesp

moeltworm 

mol

moets

huismus

ongetrouwde ome

een os, gecastreerde stier

perik

regenworm

petries

patrijs

poelpekske

kikkervisje

roedsjtertje

roodstaartje

roeps

rups

sjaores

ndagsvliegjes

sjniederke 

schaatsenrijder (insekt)

sjpraon

spreeuw

sjret 

kalkoen

sjrethn

kalkoenhen

sjtaek-vske

stekelbaarsje

sjtikkelvrke

egel

tut

kip

veldhn, veldhnder

patrijs, patrijzen

zkdimpel

(vliegende) mier

zjwalm

zwaluw

 

 

 

 

plantenaame

 

bellesjtrek 

fuchsia 

fiulke 

viooltje  

flette  

anjers

jungkerkes 

duizendschoon

kattemieskes

wilgenkatjes

kli

klaver

krotnagel

sering

maelzodje 

madeliefje

miemere

aalbessen

nkelreube

voederbieten

paosbloom

narcis

reigersknp

boerenwormkruid

sjeetmael

melde (onkruid)

sjlaat krop sla

sjmeele

gras met lange taaie wortels

sjnooksmoele

irissen

sjperjus

asperges

sjtaekbaere 

kruisbessen

sjtinkerkes

afrikaantjes

sjtinkfiole

sterk ruikende goudgele muurbloem

sjtoep paardebloem, sjtoep sjtaeke (konijnenvoer)

skkerreube

suikerbieten

vinneke

dille, kruid voor inmaak augurken

weit

tarwe

wllebone    

tuinbonen

 

 

 

 

 

 

Hoeveelheden

 

 

 

eine brm  huij  een stapel hooi

 

eine boes sjtru  een bos stro

 

eine boesel sjtru  bij elkaar geraapt stro

 

ein bske wortelen  bosje wortelen

 

eine ervel/elver huij  een armvol hooi

 

eine gas petatte   enkele, een kleine hoeveelheid aardappelen

 

eine hampel sjtaekbaere  een handvol kruisbessen

 

ein htje luk  n ui

 

ein htje roje kol  een rode kool, htje staat voor iets ronds,  uitdrukking van oma Marie Simons

 

ein klats beer, ut letste kletske 't laatste uit het glas of fles, ook restanten van etenswaren

 

ein sjpeer prei  n prei

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhaole en versjes

 

De mlder en de veldwachter van Belvend

 

Lang geleje laefde d'r in Belvend ein mlder en eine veldwachter. Die twi kste elkaar neet zen of luchte. Zoe vertelde de veldwachter in ut drp rngk det de mlder et iddere zak kaore, dae hae beej de boere ms haole, vur zichzelf sjpte.

De mlder op zien beurt vertelde aan zien klandizie det de veldwachter idders kir de haes, die hae van de sjtuipers in besjlag noom, vur eige gebrok mei nao hes noom.

Op eine daag kwaame die twi zich op sjtraot taege en ut meuge dudelik zien det ze gelik wrd met elkaar hadde.

"Dw met dien leege, dw kumps nots in d'n hemel!", zag de veldwachter taege de mlder.

De mlder waar ouch neet van gistere en zag: "Toevallig heb ich letsaan gehurd det d'r eine mlder sjtiekum door ut achterdeurke d'n hemel waar ingeglip. Toen de heilige Pitrus dao achterkwaam, wl hae de mlder door eine veldwachter et d'n hemel laote zette. Maar wat dinkse; in de ganse hemel waar genne eine veldwchter te vinge."

bewerking van ein verhlke et "Limburgse verhalen met een glimlach" van Leo Janissen

 

 

 

 

 

 

Het mysterie van eine trouwringk

Belvend, mei 1998

 

Er waare ens..nae, nae, det is ut begin van ein sjprookje en det is dit verhaol besjlis neet. Dit verhaol is gebaseerd op waor gebeurde taatsache.

Dus...op eine daag zote An en Frans sjmorges aan de ontbijttaofel. En zoe as gewunlik waas die taofel verzen van allerlei good grei. Det is kaasje vur Frans, alhoewel dr zelf neet zo gaer kis it.

Frans, aet neet zo vul, sjtraks gaon weej werm aete en daobeej, dink ouch maar ens aan diene bek!

Och, och, vrouw, as det t inssigste probleem is, den heufse neet te klage, maar ich heb ein grttere zrg.

Wat is dr den, bsse weer gevalle, haese pin met plasse, haese dr wir ein jeukplek beej gekreege, ...dw... dw maks mich gans..

Zgk, wat dinkse waal neet van mich, ich veul mich vandaag gans good, maar miene trouwringk.

Wat is dao mei?

Dao is niks mei, ich bn m allein kwit!

Det mense tog neet Frans, wannier haese det gemerk?

Jao, nw, nger t aete, toen ich mich die btterham met sjink in de mngk sjtook.

Frans, ich kn neet mier aete, ich mt dae ringk, t bewis vur mier den 50 jaor huwelik, gaon zeuke.

An ging de keuke et en begs op good gelk in eur sjlaopkamer te zeuke. Laejke aop, laejke toe, kesje aop, kesje toe, maar zeej ks, ondanks t aanrope van de Heilige Antonius, niks vinge. Nao ein kteer ging An maar wir trk nw de keuke en zoog det Frans dodgemoedereerd de krant zot te laeze.

Jao, maar, Frans, dw bs mich ein nut menke, km dw ouch ens mei zeuke, per sjlot van raekening is det diene ringk!

Wao zeej ouch maar in hes zchte..genne ringk.

Och, och, zaet Frans, wat het huis zoek maakt, brengt het huis weder.

Laote weej det maar haope, want dae Heilige Antonius is volges mich op vakansie. Ich heb 'm al minstens tien kir toegesjpraoke!.

Dao veel Frans get in. Jao, hae dach dr tog waal aan, maar leet det neet direk aan Anneke merke.

Mesjiens bn ich dae ringk in t hfke verlaore. Ich heb vanmorge de bloome gesjpt. Door det kaje water zien mien vingers zeker dunner gewaore en is dae ringk van mien hangk aafgevalle."

Same ginge ze t tuintje in. Gelkkig waare de buure neet boe-te. Jao wat msse den zgke. t Is ouch ein raar gezich asse twi aaj luuj paniekerig tsse de sjtruk zus kraoze. Gelkkig gen buure boe-te, maar jammer geng niks gevnge.

In de laop van de daag kwaame dr regelmaotig minse euver de vloer en idderein kreeg det verhaol van de verlaore ringk te hure. Den woort dr wir gezg, maar gen resultaat

Door al det geprakkezeer en al die raodgaevinge van angere, kwame zeej op  t idee det dae ringk waal ens nger de zangk van de tuin ks ligge. Maar ja, gangk mer ens zeuke, wao msse beginne. Zeej besjloote m dochter Riet ens te belle, want de jnges van Riet hadde zn dingk m grei nger de grngk te vinge. Riet vong t ein urgent geval en het zou Ger direk met dae metaaldetector sjteure. En inderdaad, in minder den ein zuch sjtinge zeej achterm. Riet waas tog maar mei gekmme, want per sjlt van raekening ging t heej m ein toekomstig erfsjtk.

Det haet miene Ger zo gevnge. Geej mt ens weite wat dae allemaol ot de grngk haet gehaold.

Riet waas tog waal hiel trots op zien menke. Det ksse ouch hiel good zen aan de manier van rngklaope, zeker as dr minse vurbeej kwaame.

Ger zien gezich waas ouch ein en al vrolikheid. Hae had de metaaldetector nag neet aan gezatte of hae hurde al ein bekend tunke. Hae zoog zich al, in gedachte, dae ringk etgraave en vol trots det kleinod aan zien sjonvader euverhandige, maar det veel taege. t Waas maar ein brske van ein beerfles. Det had natuurlik eine van die eige jnge, Piet, Jos of Thijs, sndaags met frhsjoppe tsse de bloome gegoeijd.

Ger leet zich neet et ut veld sjlaon en op aanwiezinge van zien vrouw Riet ging hae, wie eine richtige mienevaeger, driftig verder. t Apparaat piepde aan alle kangkte. Man, van alles kwaam dao ot de grngk: brskes, naegel, eine sjleutel, krlsjpelde, eigelik allemaol rotzooi waose niks aan heis, laot sjtaon eine goude trouwringk. Nag neet ens, dao hei dae Ger sjtiekum aangedach, ein kosbaar aad muntje.

Gistere heb ich rotzooi van die plante in de GFT-bak gesjmete, mesjien lik dr dao waal in, zei Frans hiel vurzichtig in de richting van de twi sjpeurnaze.

Pap, det heuf vur s gen probleem te zien, zei Riet en t had al de GFT-bak midde op de plaats umgekiep.

Mao, Riet, wat duise nw? zei Anneke.

En dao woort wir verder gezg tsse de blaajer en de maaije. Frans en An ginge maar nao binne, want dae sjtangk waas neet te harde. Vanachter ut kamerraemke keeke zeej nao die twieje et Tegele.

As dr maar genne mins naeve kump, wat mt dae waal neet dinke.

Och, och, zaet Frans, die meine den det weej ein opvanghes vur zjwervers zien gesjtart.

Jao, maak dr maar grapjes euver, die don t waal vur dich, zitse alwir te puzele!

Weej knne niks vinge, reep Riet door t raam, ich gaon dae troep maar oprume.

Jnge, jnge dat waas nag ein hiel werk, maar eteindelik hadde An en Frans ein sjon plaetske dr aan euvergehaje.

Toen die twi weg waare, gingen An en Frans maar wir ens in hes zeuke.

Dae ringk mt heej in hes zien, det kn neet angers, woort door beide gedach.

t Bleef neet beej dinke. In de sjlaopkamer, want ut vermoede bleef det dae ringk dao tog waal ms ligke, woort t ganse bed aafgebraoke. Ein paar zk en ein vettige ngerbks kwaame ze taege, maar genne trouwrink. De Heilige Antonius waar nag sjteeds neet trk van vakansie en wie zeej ouch prakkezeerde, zeej kste dae ringk neet vinge.

Zeej beslote den ouch maar met zeuke op te haje. Dit had genne zin en trouwens in t uterste geval kste zeej nag altid met vaderdaag eine nieje ringk aan de kinger vraoge.

Naodet alles wir in de oorsjprnkelikke sjtaot waas trk gebrach, vng An waal detse ein tas kffie verdeend had. Nao de ierste sjlk koffie, kreeg zeej eine geweldige inval. Of det nw door de koffie of door zze Lieve Hier kwaam, det wet An nag sjteeds neet, maar t waas eine geweldige inval.

Frans, wetse nag.Frans.Franszet dae tillevisie get zaagter, luster tog ens, dich intereseert niks!

Frans keek dao tog waal efkes van op, det waas meines. Toen het geluidsniveau in de kamer ein dusdanig pil had bereik, ks Anneke de oplossing van het mysterie van de trouwringk gaeve.

Wetse nag, toen weej nao Wies en Dr  ginge vur de verjrdaag van Ren, des dw zn dieke vingers heis?

Jao, jao, det weit ich nag, ich heb dae ringk toen op t nachkesje gelag.

 Jao Frans en ich heb dae ringk daags dr nao in det duske van de sjliepsesjpeld gedaon, den ut heuf maar opgerumd te zien.

An vloog nao de sjlaopkamer en kwaam inderdaad met de trouwringk trk.

Pidor

 

 

 

Handrie nao de kermis

 

Handerieke ging met zien mam

nao de Belvender kermis toe.

Proemevlaai zl hae dao kriege.

Juus wat onnag zien hertje wl!

 

Jao, hae sjmikkelde ens lekker

aldoor van die proemevlaai.

Jng, det is mich nag ens kermis,

as ich mich ens good begaaj!

 

Zo dach t menke en ot aldoor

zich zien bkske sjtevig rngk.

Mam dach: Laot maar gewaere,

proeme zien altid gezngk.

 

Wie zze Handrie wir nao hes ging

kwaam t m tog braaf te nao:

de proeme sjpeulde bergemske

in zien bkske heej en dao!

 

t Rmmelrammelde in zien kesje

en dao brok ein nwaer los.

t Bkske ms t toen misgelde

van dae lekkere vlaajekos!

 

Handerieke kermeneerde:

Mooder! t Geit maar paaf paaf paaf.

Krepe soms die Belvender proeme???

t Lp mich naeve mien binkes aaf.

 

Handerie, Poephanderie,

Wat rammelt dich dien bks!

Det don die Belvender proeme,

van prts, prts, prts.....

 

Wat dit proemevlaaj-verholke

uch nw vertelde euver daen blaag?

Det soms de ouge grtter zien

den de allergrotste maag!

 

Bewerking van ein Venloos gedichje et 1943 Handrie nao de kermis!

 

 

 

Sinterklaosdaag

 

 

Ouch in s jeug waas Sinterklaos

de sjonste daag van t jaor.

Dae heilige man besjteit al lang,

det weit geej tog, neetwaor?

 

Hae reej mei al van te veure

wat lekkers op dien bed.

Den wase wir braaf

en op sjol woort baeter opgelet.

 

Op vif december woort ouch toen,

of gluif geej det soms neet?

De sjon gezatte en dw zngs

daobeej dien sjonste leed.

 

Natuurlik mste weej vruug nao bed,

dae aovend gen bezjwaor.

Maar sjlaope jng, dao kwaam niks van,

det spjeulsde dich neet klaor.

 

Onrstig blieve wachte op dae nieje daag,

den wat zal dae goodheiligman s bringe?

Sjmrgesvruug baove aan de trap

begste weej al met liedjes zinge.

 

En zoe as dk, 't geluif geit vur alles,

dus wachte, wachte, neet de keuke binne.

Irs wasse en aantrekke en nao de kerk,

um dich dao ein half eurke te bezinne.

 

Maar nao de mis hurse niks as "ha" en "ao",

"mam, pap, uig, kik ens heej!"

Dw zchs den dien eige hpke op,

want de naam van idder stjng der beej.

 

En alles waas dao etgesjtald,

hiel netjes op ein reej.

Vur idder ziene hertewins,

Waal hiel dk nuttige gesjenke:

eine sjaal of hasse vur de klt.

Maar ouch, maar den waal van sjokolaat,

eine grote bul met geld.

 

Spjekulasie en taai-taai,

skkerbisjes, bron en raos.

Eine boekmn met krinte d'r in,

det kreege weej al van Sinterklaos.

 

Dw waas al vurdet 't middaag waas,

zo misselik wie ein kat.

En 't waas ouch al dks,

det emes al klatze had gehad.

 

De godganselikke daag

sjting 't hes op ziene kop.

Ein herrie en vul leweit,

dw ks 't plezeer neet op.

 

As saoves alles sjlaope waas,

zuchde s mam ens zjwaor:

"Gelkkig Frans, dae Sinterklaos kump heej

maar eine kier in 't jaor."

 

bewerking van het gedicht: Sinterklaas 1910

 

 

 

Sjtterie van Sjtaeveswirt

Sjtank sjtif

Zet t gewaer naeve t lif

As ich zgk sjeet

Den dt dr t neet

Maar zgk ich paaf

Den trek dr aaf

Sjtaot raekels

Met de vot op t Zanksjtrtje aan

Wie ge t jaor gesjtange heb

 

 

 

 

Het sjpke (aan ut hes beej de febriek)

 

Wie eine sjtert aan ein mes, zot het sjpke aan s hes.

Met ein daak toet bienao aan de grnk en wao t altid nao de verkes sjtnk.

Via ein gammele greune deur, kwaamse beej de coks en de heurtjes vur t veur.

Rech vur dich et, keekse in de knin zien sjnet.

Dae kroop dao altid hiel bliej, den d'r waas meistal vul kompnie.

Maar kwaame d'r tuikes aan t daak te hange, den kste die biste nao de iewige jagvelde verlange.

Beej de grete deur nao de sjtal, sjting t van al.

De sjp, de krets, de sjoevel, de reek en grei det nrges op leek.

En achter die sjtaldeur hng eine indringende geur.

Ein lch van sjtruje en vrkespis, dao ging dich de neus van aope, jao gewis.

In 72 ging het sjpke vur de grnk en nw sjteiter

's zomers ein taofel met sjteul in t rnk.

Pidor '95

 

 

 

As uche Sjaele Sjeng zze Sjaele Sjeng nag ens etsjeld vur Sjaele Sjeng den zal zze Sjaele Sjeng uche Sjaele Sjeng ouch etsjelde vur Sjaele Sjeng toetdet uche Sjaele Sjeng zze Sjaele Sjeng neet mier etsjeld vur Sjaele Sjeng den zal zze Sjaele Sjeng uche Sjaele Sjeng ouch niet mier etsjelde vur Sjaele Sjeng.....heb geej det begreepe?
 

 

Roeje flikker

Dbbeltjes sjlikker

Kwartjes biter

Glde sjiter

 

Wat zien dr tog gekke minse.

Wat of wie kn eine mins tog zien?

 

Regelmatig zijn personen het onderwerp van gesprek.

Vaak hoor je dan een opmerking van Knse dae den neet mir? Maar det is, dw wts waal, det is ein(e).......

In ons dialect zijn veel woorden die aangeven hoe iemand in zijn doen en laten overkomt. Zo gebruikt s mam het woord menke heel vaak om iemands bijzondere eigenaardigheden te beschrijven. Bijvoorbeeld wat ein nut menke, det is n sjon menke, enz.

 
ein aajbet een kletskous
eine aansjpenner een beginneling, iemand die nog veel moet leren
eine aansjteller iemand die overdreven veel aandacht vraagt
eine alto persoon die in gedrag en/of kleding afwijkt van het normale patroon
   
   
eine bal iemand die verwaand overkomt
eine bangesjiter een bangerik
einne bokerd iemand die over alles en nog wat ten onrechte klaagt
ein bklip iemand die heel snel huilt, omdat de persoon zijn zin niet krijgt
ein batje een viezerik
eine behjmaker een druktemaker
ein betje-behj een aanstellerig meisje
eine blaoskaugum een dom iemand
eine botkop, det is genne botkop dat is iemand met een helder verstand
eine brddelaer een prutser

ein braomel 

iemand die handelt zonder na te denken

   
   

ein ddzel

vrouw die zich slecht verzorgt en weinig aan het huishouden doet

ein doelie een onverzorgde vrouw
ein dos een sullige vrouw
eine doorgenger een vlot type
eine douderik een onhandig iemand
eine dougeneet een deugniet
eine dougeniks een deugniet

ein drasbks

een sul, een sufferd

eine draufgenger iemand die niet bang is, die risico's durft te lopen
eine dreumel een futloze vent
eine duiles een sul, een onbenullig iemand
   
   
ein feep een onhebbelijk vrouwspersoon
eine feloe een vals en gemeen iemand
eine flabbedeijes persoon die zich gek aanstelt
eine flap een gek iemand
eine flares een dwaas of onnozel aanstellend persoon
eine flapdrl iemand die allerlei, onnozele gekke dingen vertelt
ein fltsmadam een vrouw die goedkoop deftig doet
eine foetelaer een valsspeler
ein fts een brutale vrouw
   
   
eine geklaatsde een gek iemand
eine geweide een gek iemand
gezoks personen van mindere klassen, met andere levensopvattingen
eine girlap een gierigaard
ein gietslap een gierigaard
eine gifsjiter iemand die gauw kwaad geraakt
eine graasduvel een knorrepot
eine graaspot een knorrepot
eine graaszak een knorrepot
eine grauwelaer een knorrepot
eine greek een nurks iemand
eine greekerd een nurks persoon
eine greekkop een nurks persoon
eine grieniezer een kwaadaardige knorrepot
ein grotmoel een opschepper
eine grutslap een verwaand persoon
eine hassemaeker een dandy, veel aandacht voor kleding
eine hampeleman een sukkel, een niet al te snuggerpersoon
eine hebbel een kletskous, een bemoeial, met ziene hebsjnep d'r tsse zitte
ein hdje een onnozele hals
ein hesms iemand die niet uitgaat, eenzelvig iemand
ein hltje een domoor
eine huijklaos een Houten Klaas
   
ein kaajnaas iemand die het altijd koud heeft
eine kaaljekker iemand die zich rijker voordoet, dan dat hij in werkelijkheid is
ein kaalvot iemand die letterlijk niets heeft
ein katje een vrouw met een overdreven zorg voor kleding en uiterlijk
eine kaker iemand die hard schreeuwt bij het praten
eine kemeliemaeker iemand die uitvluchten heeft
ein kemmelvtje een lastig en eigenzinnig kind
ein kernaalie een kwaadaardige vrouw
ein kletsmeun een praatziek vrouwspersoon
ein kloetsor een sufferd
eine klokesjieter een gehaaid iemand
eine klotskop een dom iemand
eine knok een lomp persoon
eine knooterzak een mopperaar
eine knrf een lomperik
eine kntekreper een slijmbal
eine krintezever een persoon die zeer zuinig is

eine krepsjtek

klein persoon door groeiachterstand

ein kuke een onnozele hals
   
eine laammaeker een plager, vervelend iemandeine
eine labbes een onbenullig persoon
ein lap-oer een onbetrouwbaar iemand
eine lpzjwns niksnut
ein leknaas iemand die zeer kieskeurig is met eten, bijna niets is lekker
ein lmp sjtk vraete een persoon die geen manieren heeft
   
eine mafkees een gek iemand
ein meun een zeurkous
eine meutiggenger een luilak
eine moelejan een praatziek manspersoon
   
eine neetnek iemand met een moeilijk karakter, vaak tegendraads
eine niekkel iemand met een onvriendelijk karakter
ein niesjierige naas een nieuwsgierig Aagje
eine niksntser iemand die niet deugt
eine nl  een sul
eine nlles een sul, iemand die zich voor alles laat lenen
eine ongebjde een ruwe kerel
eine ongekeimde een ongemanierd iemand
   
eine paeperkok een slap (niet sterk) iemand
eine pappns een onooglijk dik persoon
ein peers een brutaal vrouwspersoon
eine pi(e)nteneuker een persoon die vervelend secuur is
ein plekplaoster iemand die niet naar huis wil, die als laatste blijft
ein prengel een lompe vent
ein proem een onvriendelijke vrouw
   
eine rabbi een goedmoedige rakker
eine remmel een lompe, eigenwijze vent
eine reuberink een domkop
eine roepzak iemand die ruw omgaat met o.a. zijn kleding
eine rotkop een mispunt
eine rotzak een gemeen iemand
   

ein sanikmts

een zeurkous

eine siep een simpel iemand
eine sies een sukkel, een lief iemand
eine sjalevaeger iemand met veel slechte eigenschappen
eine sjab schorriemorrie
eine sjabbie schorriemorrie
ein sjarminkel onfris uitziend persoon
ein sjrf een onuitstaanbaar vrouwspersoon
ein sjitbks een bang iemand
ein sjithes een bangerik
eine sjin-aos een onbeschoft iemand, een deugniet
eine sjlouwberger eem sluw iemand
eine sjmachlap  een klaploper, iemand die graag op de beurs van een ander teert
eine sjmiech een sluw iemand
ein sjnebbel een praatziek vrouwspersoon
ein sjnoterkuke een kwajongen
eine sjoowerik een bangerik
eine sjoowesjieter een bang iemand
eine sjouter een aanstellerig iemand
eine sjpitskop een gevat, slim persoon
eine sjravelaer een onrustig persoon, die niet stil kan blijven zitten
eine sjravelhannes niet kunnen blijven zitten, een onrustig iemand
eine sjtifkop een zeer eigenwijs iemand
ein sjtk-verdreet een kind met slecht gedrag, waarover de ouders veel verdriet hebben
eine sjtraevelaer een bekvechter
ein sjtraotvrke iemand die het vertier buitenshuis zoekt
eine sjtrb een deugniet
eine sjtrbbant een kwajongen
ein sjuumheks een vrouw die op een slinkse manier alles wil weten
   
eine toegeneide een gierig iemand
eine toegeknpde een gierig iemand
   
eine um iemand die ouderwets is in zijn doen en laten
   
eine vetkanes een onhyginisch iemand
eine vrechlap een brutaal iemand
eine vreigelaer iemand die bewust meningsverschilllen uitlokt
eine vreigelzak iemand die bewust meningsverschilllen uitlokt
   
eine wabbes een onnozele hals
eine waerse een koppig iemand
ein waswif een kletskous
eine waus een sukkel
ein wazelvot een kletskous
ein wihsnaas een kind dat voor zn leeftijd al heel veel weet
eine weiner volwassen iemand die gelijk begint te klagen
eine wingksjniejer een opschepper
eine wrger iemand die alleen maar leeft om te werken
eine wuilis een goedzak, een sukkel
ein wuler iemand die zonder noodzaak blijft doorwerken
   
ein zaodzak een sukkel
ein zemelknt een zeurkous
eine zjwaegelaer  
ein zjwambks iemand die veel leugens vertelt
eine zjwammer een kletsmeier
eine zjwetskammezaol een kletskous
eine zobes een onbenullig iemand
           
   

dae met dae centebak

een persoon met een vooruit stekende kin, de onderlip staat verder naar voren dan de bovenlip

dae met dae zender

die persoon met die bochel

dae met die sjeetkin een persoon met een vooruitstekende kin